Cursus “Leren schilderen”

 

Cursus “Leren Schilderen 1”  (vervolg van “Leren Tekenen”)

Het doel van deze cursus is het leren omgaan met de diverse materialen, stap voor stap een schilderij opbouwen, volgorde van werken bepalen en kennis van kleuren vergroten.

  1. Kleuren studie en materialen techniek
  2. Landschap: weide met wolken techniek
  3. Landschap: beek met zandpaadje techniek
  4. Stilleven: vaas met kan compositie
  5. Portret, poppetjes of dieren creativiteit
  6. Portret, poppetjes of dieren creativiteit
  7. Ballet danseres                                techniek
  8. Ballet danseres

Cursusgeld

€   80.= exclusief materialen

€   75.=  materialen (10 tubes Galeria of Amsterdam acrylverf 120 ml, 10 vel acryl blok 400 gr 30 x 40 cm, penselen, palet of scheurpapier, paletmes).

 

Joop Bakker heeft  een 3 jarige opleiding gevolgd bij Crejat te Alkmaar. Een gedeelte van zijn werk is te zien op  www.joopbakker.nl

Locatie:

Castricum,     Strandvondstenmuseum,  woensdagmiddag     van 13.30 – 15.30 uur,  start 17 januari 2018

Op de volgende data:

Januari   17 – 24 – 31

Februari 14 – 21

Maart    14 – 21 – 28

 

 

Inschrijven en/of inlichtingen: info@joopbakker.nl of 06-40455871   Veel  plezier!       

Ossa sepia is het rugschildje van een inktvis. Je kan ze vinden op het strand, maar de meeste mensen kennen het als het witte kalkachtige bot van de vogelkooitjes. De jongere bezoekers van ons museum krijgen er vaak eentje mee, na een geslaagde speurtocht in het museum. Ze leren tegelijk over de vele andere bijzondere toepassingen van dit deel van de inktvis  in veel producten.

Op zaterdag 13 januari 2018 zal goudsmid Victoria van den Bergh vanaf 14.00 uur een demonstratie komen geven hoe je sieraden van goud- en of zilver kunt gieten met behulp van dit rugschild.

Bij de Ossa sepia techniek wordt zilver of goud gegoten in dit rugschild. Het  heeft een harde kant en een zachte kant. Er wordt voorzichtig een model in de zachte kant van het schild gedrukt, dat eerst in 2 stukken is verdeeld. Zo ontstaat er een gietmal in met twee helften. Na het voorzien van een gietkanaaltje worden de twee helften tegen elkaar aan verbonden met ijzerdraad en kan er gesmolten zilver of goud in gegoten worden.

Workshops

U kunt vanaf 14.00 uur de demonstratie bijwonen. Het Strandvondstenmuseum is op afspraak open en voor deze demonstratie is gezien de beperkte ruimte gewenst dat u zich opgeeft. Tel. 06-22922326 of info@strandvondstenmuseum.nl

Tijdens- en na de demonstratie kunnen belangstellenden zich aanmelden voor workshops gieten- en of sieraden maken met Victoria  in ons museum.

Over Victoria van den Bergh

Victoria van den Bergh (1944) volgde een opleiding tot goudsmid aan de Vakschool Schoonhoven. Vanaf 1970 was zij docent edelsmeden en emailleren aan de Volksuniversiteit-  en sinds 1990 docent goudsmeden en emailleren aan de Vakschool edelsmeden te Amsterdam. Ook had zij daar een winkel/werkplaats Latoya Sieraden genaamd.

In haar praktijk als goudsmid waren het altijd de opdrachtgevers die bepaalden wat ze zou maken, en legde zij zichzelf er op toe hun dromen te verwezenlijken. Inmiddels gunt Victoria zichzelf meer tijd om sieraden te maken waarin zij haar eigen dromen vorm probeert te geven. Het is een genoegen om te zien hoe een ontwerp groeit onder haar handen en het een leidt tot het ander. Op dit moment legt ze zich het meest toe op het maken van kettingen met kleur. Schakels van zilver en de kleuren van emaile combineert ze met de kleuren van edelstenen en andere materialen.

Contact met Victoria:  victoria.vandenbergh@gmail.com  of 0226-422896

Excuses als u ons gesloten of gereserveerd aantreft, dat ligt niet aan ons maar aan het uitblijven van medewerking aan een oplossing voor de exploitatie van het museum van onze gemeente en provincie.

Wij krijgen vaak vragen of we een Stichting zijn of zoiets. Het Strandvondstenmuseum is privé-initiatief en wordt wel eens een sociaal culturele onderneming met zorg(kwekerij) genoemd.  Onder de knop ”wie zijn wij”  kun je lezen: ”Wordt gerund zonder enige vorm van subsidie, voortgekomen uit een combinatie van de wens van een veranderende visie op de bollenteelt in de binnenduinrand met zorg-, educatie, streekhistorie, cultuur(historie) en toerisme.

Officieel zijn wij dus nog steeds voor de gemeente een bloembollenbedrijf met een kruimelvergunning (in 2018 al 8 jaar). Een museum met alleen inpandige activiteiten. Wij hebben de gemeente in maart 2017 al geschreven; als het niet kan zoals het moet, dan moet het zoals het kan (totdat we een normale exploitatievergunning hebben zoals het Hof van Kijk Uit of het Huis van Hilde). Het smalspoor project wordt dus ook (voorlopig) niet als een museumfunctie toegestaan. Ook is het z.g. ”dichterslaantje” op ons land ook voor onbepaalde tijd niet meer zonder afspraak toegankelijk.

Excuses voor het ongemak

Strandjutter Boet Winder uit Schoorl (72 jaar)  brengt ‘stukkie bij beetje’’ de door hem gekoesterde strandvondsten en spullen naar het Strandvondstenmuseum vanuit zijn schuurtje (boetje) die – hoe kan het ook anders – van gejut hout gemaakt is.

Het is steeds weer een verrassing wat er opeens boven water komt, vaak met prachtige verhalen rond de herkomst van de attributen of de wijze waarop dit van strand gejut is.

Dit keer werden we verrast met een unieke verzameling van enorm veel lampen welke allemaal aan onze kust zijn aangespoeld en over meer dan 60 jaar verzameld zijn door Boet. Het unieke zit hem er in dat geen lamp hetzelfde is en het er meer dan honderd zijn, het exacte aantal noemen wij niet,  want we hebben er een prijsvraag aan verbonden. Bezoekers die het exacte aantal raden mogen een zeer bijzondere schelp (zoals op de foto)  mee naar huis nemen.

Het Strandvondstenmuseum is elke zondag open, mits er een groeps-reservering is en verder 6 dagen per week op afspraak te bezoeken, tenzij de vlag uithangt. Informatie: Agenda

Onlangs is bij ons museum een vermoedelijk antiek voorwerp afgeleverd waarvan de functie tot nog toe niet opgehelderd is.

Wie herkent dit voorwerp en waar diende het voor? Komt het uit de scheepvaart, of mogelijk de mijnbouw?

De inscriptie DRP staat vermoedelijk voor Deutsches Reichspatent.

Tips zijn van harte welkom!

 

 SMALSPOOR IN DE LAND- en TUINBOUW – Een kleine geschiedenis en historische verantwoording voor een stukje smalspoor achter het museum op de Zanderij te Castricum.

Dat een werkende smalspoorweg op bij het Strandvondstenmuseum op de zanderij te Castricum een prachtig museaal vervoermiddel is dat een grote attractiewaarde voor het museum kan hebben lijkt op zich reden genoeg voor de realisatie ervan. Het is bovendien zo dat de geschiedenis van het ontstaan van het industriesmalspoor –ook decauvillespoor genoemd-  nauw is verbonden met de mechanisatie van de land- en tuinbouw, de bedrijvigheid die op de zanderij heeft plaatsgevonden. Wij kunnen ons voorstellen dat niet iedereen een idee heeft van deze vroegere relatie tussen smalspoortreinen en de land- en tuinbouw en dat er de behoefte bestaat, ten behoeve van het belangrijke museale aspect, een en ander in historisch kader te zien.

Vandaar dit eenvoudige doch hopelijk informatieve document. Hierin komt summier de geschiedenis en het gebruik van smalspoor in de land- en tuinbouw aan bod en wordt kort ingegaan op voormalig smalspoor bij landgoederen. Het betreft hier een aantal voorbeelden, het pretendeert zeker geen compleet overzicht te zijn. Tot slot een opsomming van aan land- en tuinbouw gerelateerd materieel in de collectie van het Decauville Spoorweg Museum, geschikt voor expositie en/of demonstratie.

ALGEMEEN – Geschiedenis van het smalspoor of decauvillespoor in het kort 

De decauvillespoorweg, genaamd naar zijn uitvinder de fransman Paul Decauville (1846-1922) is een lichte en verplaatsbare spoorweg met een geringe spoorwijdte (smalspoor) bedoeld voor militaire en industriële toepassingen. Het systeem bestaat uit kant en klare, op stalen dwarsliggers gemonteerde delen spoor. Deze lichte spoordelen kunnen zonder veel voorbereiding en grondwerk tot een spoorweg aan elkaar geschroefd worden. De decauvillespoorweg is daardoor snel en dus goedkoop op allerlei ondergronden aan te leggen en eenvoudig weer op te nemen of te verplaatsen.

Paul Decauville komt uit een familie van grote landbouwers. Vader Emile Decauville houdt zich als grote en moderne landbouwer van huis uit bezig met de fabricage van machinerie voor suikerfabrieken, het verhandelen van Fowler ploegen en Fowler stoommachines voor onder andere het verbouwen van suikerbieten en het fabriceren van suiker en andere producten uit de suikerbieten.

Als in de herfst van 1875 door aanhoudende regenval het transport met paard en wagen op de suikerbietvelden onmogelijk is geworden, bedenkt zoon Paul een manier om deze transportproblemen op te lossen. Hij ontwikkelt en bouwt, in enkele dagen tijd, het hierboven genoemd draagbaar spoorwegsysteem: gemonteerde secties spoor op ijzeren dwarsliggers, met lichte spoorstaven (eerst nog gemaakt van vierkant-ijzer), met een spoorwijdte van slechts 400 mm. Eén sectie spoor (raam) is enkele meters lang en door één man te dragen. Deze ramen worden aan elkaar geschroefd met verbindingsplaten, lasplaten genaamd. De ijzeren dwarsliggers zorgen voor een gunstige gewichtsverdeling, zodat het spoor niet in de modder wegzakt.

De suikerbietmanden, gebruikt voor het transport van de bieten, worden op kleine twee-assige wagentjes -zogenaamde lorries- vervoerd.

Decauville experimenteert vervolgens met verschillende spoorwijdten en neemt de spoorwijdte van 600 mm als standaard. Het systeem is zo succesvol dat hij besluit de “en-masse” productie van smalspoormaterieel ter hand te nemen, iets wat de voortschrijdende industrieële revolutie dan mogelijk heeft gemaakt.

Op de wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs, legt Decauville een smalspoorweg over het hele terrein aan en vervoerd daarmee, met behulp van stoomlocomotieven, in totaal meer dan zes miljoen passagiers. Het in Petit Bourg gevestigde bedrijf Decauville-Ainé is, evenals haar producten, in één klap wereldberoemd.

Decauvillespoor wordt het standaard transportmiddel in de land- en tuinbouw, bij fabrieken, groeves, afgravingen, grond-, cultuur- en aannemerswerken, turfwinning, bosbouw, plantages, op schiettereinen en landgoederen etc., etc

Het verplaatsbare industriespoor werd daarom naast het gebruikelijke smalspoor en draagbaarspoor, het minder gebruikelijke veldspoor of werkspoor dan ook in het algemeen vaak decauvillespoor genoemd. 

SMALSPOOR IN DE LAND- en TUINBOUW

Naast Decauville waren het vooral de fabrikanten Arthur Koppel en Dolberg die in de vroege jaren rond 1900 het belang zagen van dit transportmiddel voor de uitgestrekte landgoederen in Duitsland en Rusland.  In hun catalogi werd smalspoor geprezen als het ideale transportmiddel van zand en grond, mest, water, gekapt hout, geoogste landbouwprodukten, hooi, melkbussen, gereedschappen enz., enz. Er waren speciale transporteurs voor boerenwagens, in plaats van de producten om te laden werd gewoon de gehele wagen op smalspoorlorries meegenomen! Bijzonder waren ook de speciale personenwagens waarmee de landeigenaar inspectieritten kon uitvoeren en waarop hij zijn gasten op zondag over zijn eigendommen kon vervoeren.

Groot afnemer van smalspoormaterieel waren ook de verveners voor het binnenhalen van turf uit de moerassige venen en de bosbouwers die met lorries de gevelde bomen uit de bossen haalden.

Tractiemiddelen waren vooral paarden en menselijke duwkracht maar op grotere landgoederen werden ook stoom- en electrische locomotieven, later ook motorlocomotieven  ingezet.

In Nederland zijn een aantal vroege landbouwbedrijven met smalspoor bekend. Al rond 1858 wordt er melding gemaakt van smalspoor bij de Badhoeve in de Haarlemmermeer, eigendom van de landbouwpionier en burgemeester van de Haarlemmermeer Mr. Amersfoordt.

Van later datum (1920-1940) is de modelboerderij Oud Bussum bij Bussum die een uitgebreid smalspoornet met motorlocomotief gebruikte voor allerhande vervoer.

Boerderijen hadden soms een simpel spoortje voor de afvoer van de melkbussen en andere producten naar de straat. In ons archief bevind zich een afbeelding uit 1920 van een tekening van een gelede bouw of laagbouw boerderij. In dit ontwerp van de “Wederopbouw Boerderijen” is ook een smalspoor opgenomen. Het loopt van de silo naar de stallen, over de binnenplaats en ook een spoor naar de straat voor afvoer van de producten is ingetekend.

Zeer interessant was de eerste electrische spoorlijn in Nederland, de bietenaanvoerlijn van de suikerfabriek Groenendijk.

Bekend is ook het gebruik van smalspoor door o.a. de Heidemaatschappij voor uitgebreide ontginningen van landbouwgebied en de grootschalige herverkavelingen. Lange smalspoorbanen voerden de treinen met kipkarren door de weilanden. Dit materieel werd vaak gehuurd bij gespecialiseerde  firma’s als Spoorijzer, Delft, Oving te Rotterdam of Orenstein & Koppel, Amsterdam

In de (glas)tuinbouw is uitgebreid gebruik gemaakt van smalspoor. Men kan rustig stellen dat er in vroeger dagen in vrijwel elke kas wel een smalspoor lag. De spoortjes liepen door de kassen en naar de straat of vaart. Op zg. vletwagens werden de kisten naar de vaart gereden en  –vaak met lorrie en al- in de vletten getild. Bekend zijn de batterij aangedreven HaWe electrolorries, een vinding uit de 60er jaren.

Er zijn ook een aantal boomkwekers bekend die smalspoor gebruikten, een aantal zelfs met motortractie. In veel kassen heeft het smalspoor het nog zeer lang uitgehouden. Tegenwoordig is het echter vrijwel overal verdwenen.

In onze voormalige kolonieën brachten de Nederlanders de plantages in cultuur en bouwden bijbehorende fabrieken met vaak uitgestrekte smalspoorbanen voor transport van koffie, thee , sisal en suikerriet. Op Java Indonesie zijn tot op de dag van vandaag bij een aantal suikerfabrieken de smalspoorbanen nog in bedrijf die ten dele zelfs nog met stoomtractie bereden worden!

SMALSPOOR OP LANDGOEDEREN

Een aantal landgoederen in Nederland bezat in vroeger dagen een lijntje over de bezittingen. Het werd gebruikt voor onderhoud van het terrein en voor de af en aanvoer van diverse zaken. Bijvoorbeeld het “Ronde Huis” in Nunspeet vervoerde er hout mee uit de bossen. Het spoor kende zelfs een bescheiden personenvervoer, gasten van de landheer konden er mee op excursie over de landerijen. De landgoederen Heidestein en Bornia in Driebergen, gebruikten het smalspoor voor onderhoud van terrein en vijvers, de verbetering van landbouwgrond en zandwinning.  Bornia en Heidestein bezaten onder andere beide een motorlocomotiefje en een 4 assig rijtuig voor personenvervoer. Het landgoed Heerlijkheid Sterksel legde een smalspoor aan voor de ontginning van de landerijen, het liep vanaf het station tot in het dorp. Nog in 1988 heeft Landgoed Zuidwijk bij Wassenaar een kort smalspoor ingezet ten behoeve van de renovatie van een bosperceel. Men had het materieel gehuurd.

LANDBOUW GERELATEERD MATERIEEL IN DE COLLECTIE VAN HET DSM

Hieronder een summiere opsomming van museaal te exposeren materieel in de collectie van het Decauville Spoorweg Museum dat ofwel direkt afkomstig is, ofwel een typische vertegenwoordiging zijn van gebruikt materieel in de land- en tuinbouw, turfwinning, bosbouw en bij ontginnings, ruilverkaveling- of landgoedspoorwegen. Het getal in mm is de spoorwijdte.

1880-1900 – Vroeg Decauville materieel

-Divers draagbaar Decauville spoor, draaischijven en toebehoren, 400mm

-1 Kiplorrie Decauville,  400mm

-Diverse plateaulorries Decauville, 400mm

 

1900-1920 – land- en tuinbouw

-Diverse draagbare spoormaterialen, draaischijven etc., 500, 600 en 700mm

-Zeer oude kiplorrie voor paardetractie, 600mm

-Kiplorrie voor duw- of paardetractie, 700mm (nu bij het Strandvonstenmuseum)

-Kipklorrie, 600mm

– Plateauwagen met melkbussen, 700mm

-Draaiplateauwagen voor paardetractie

-Zeer oude houten turfwagen compleet met lengte houten spoor, 350mm afkomstig van Duitse particuliere turfwinning bij een boerenbedrijf

 

1900-1920 – landgoederen

-Nieuwbouw zomerrijtuig naar origineel voorbeeld, 700mm

-Schamelwagens voor boomstamvervoer, 700mm

 

1920-1925 – Locomotief met gloeikopmotor

-Motorlocomotief Moës CL/ca.1925, de gloeikopmotor (semi-diesel) met groot vliegwiel kan gebruikt worden t.b.v. het aandrijven van (landbouw)machines. Er is een foto bekend van een zelfde locomotief op een palmolieplantage op Sumatra.

 

1950-1970 – Suikerfabriek

-Motorlocomotief Ruston & Hornsby 20DL/1950, locomotief van een type gebruikt bij Verenigde Cooperatieve Suikerfabrieken te Dinteloord

 

1920-1945 – Ontginningen en ruilverkaveling

-Motorlocomotief Jung EL105/1933, 700mm (o.a. ex Heidemij)

-Motorlocomotief Orenstein & Koppel/1940, 700mm

-Diverse lorries, 700mm

-Complete kipwagentrein (12st.), 700mm

 

1945-1970 – Tuinbouw

-Diverse draagbare spoormaterialen, draaischijven etc. 700mm

-Diverse HaWe electro tuinderswagens 600 en 700mm

-Diverse houten tuinderswagens, 700mm

-Diverse stalen tuinderswagens, 700mm

-Lorrie met watertank, 700mm

 

 

Jeugdprogramma met ouders; aansluiten is mogelijk

zondag 29 oktober 14.00 uur

.  

.

 

Een speurtochtje tussen de strandvondsten in het museum met film voor de jeugd van 6 tot 14 jaar

Voor ouders ook een belevenis! Tot zondag is het museum gesloten in de herftsvakantie.

Extra bezoeken –  op afspraak –  zijn altijd mogelijk maar bel of mail dan even. het museum is verder voorlopig uitsluitend op afspraak geopend. Stel uzelf niet teleur, kom niet voor een vaste deur!

Bob van Leeuwen presenteerde zijn nieuwe tweede bundel ‘Aan de vluchtstrook van de zee’ op de eerste paasdag 2017.

Een bundel met lichtvoetige gedichten over de zee, strand, jutters en een serieus gedicht over dementie. Dit alles gelardeerd met tekeningen.

Een aanrader voor ieder gedicht-minnende lezer.

De bundel is in het Strandvondstenmuseum te koop en o.a. bij Boekhandel Laan in de Burg. Mooijstraat.